1.1 Het begin van het einde

Het was een normale maandag na een vakantie die veel te snel voorbij was gegaan. Nietsvermoedend was ik in de pauze onderweg naar de kantine om zoals altijd een broodje filet americain te gaan halen. Onderweg zei ik wat mensen gedag en niets wees erop dat deze dag zo anders zou zijn dan normaal. Ik liep langs een groepje meiden en op de een of andere manier werd ik toch altijd een beetje ongemakkelijk van hen. Alsof ze met alles probeerden uit te stralen dat zij beter waren dan ik. Maar ach, tot die dag had ik daar nooit echt last van gehad, ik negeerde het en liep door.

Tot die dag.

Ik liep langs en voordat ik mijn plan kon volgen om gewoon door te lopen en hen te negeren werd ik aangesproken door één van de meisjes. “Hee Isa! Alles goed?” Ik vond het al wel een beetje vreemd dat ze me ineens aansprak maar ik had op dat moment nooit verwacht dat dit mijn laatste normale moment zou zijn als een normale scholier.

Vertwijfeld antwoordde ik dat het goed ging en ik keek haar een beetje achterdochtig aan. Vervolgens zag ze haar kans om net iets te hard door de hele kantine te roepen waar het echt om ging.

“Maar Isa, wat hoor ik nou? Heb jij een beetje vieze dingetjes gedaan voor Niels?”

Meteen bonkte mijn hart in mijn keel en voelde ik paniek opkomen in heel mijn lichaam. Ik wist meteen waar dit over ging en dit was allesbehalve goed. Dat was het moment dat ik me realiseerde dat dit het begin van het einde zou zijn. Toen ik om me heen keek wist ik genoeg. Er waren enkele verbaasde gezichten maar de rest van de gezichten in de kantine lieten mij zien waar ik al bang voor was op dat moment. Iedereen wist het al, alleen ik had de memo nog niet gekregen.

Zoekend naar vriendelijke gezichten keek ik om me heen. Maar de gezichten die normaal altijd lachten naar mij keken me nu aan met een bepaald afgrijzen. Alsof iedereen zich zat af te vragen hoe ze ooit om konden gaan met iemand die zoiets gedaan zou hebben.

Ik stond daar helemaal alleen als een imbeciel om me heen te kijken in de hoop dat ik wakker zou worden uit een nachtmerrie. Maar natuurlijk gebeurde dat niet. Plots draaide ik me om en liep ik zo snel mogelijk de kantine uit, weg van alle gezichten die ik niet meer herkende.

Ik vroeg me af waar ik nu heen moest. De kantine was een no-go aangezien ik daar niet meer durfde te komen maar waar kon ik dan wel heen?

Ik besloot dat het genoeg geweest was voor die dag en ik pakte mijn fiets en ik fietste naar huis toe.

De hoop dat ik thuis veilig zou zijn werd al snel weggenomen door het feit dat mijn telefoon vol stond met berichtjes toen ik na een half uur fietsen eindelijk thuiskwam. Haatdragende berichtjes van mensen waarvan ik dacht dat het vrienden waren. Ze schaamden zich voor me, ik was vies, ik was een KANKER HOER. Met tranen in mijn ogen en een hartslag hoog genoeg om mensen te laten geloven dat ik net flink gesport had las ik alle berichtjes. Ik wilde wegkruipen in een holletje en daar nooit meer uit komen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Wat had ik anders kunnen doen? Was het mijn schuld? Allemaal vragen waar ik nooit een antwoord op heb gevonden. Ik hield het niet meer, huilend in mijn bed vroeg ik me af hoe ik nu in godsnaam verder kon met mijn leven. Alles was anders. Ik was iedereen kwijt. De dagen daarna ben ik mijn bed niet uitgekomen en heb ik mijn ouders laten geloven dat ik een flinke griep te pakken had. Naar school kon ik echt nog niet.

Wat een ellende.