1.2 De wedstrijd die ik nooit kon winnen

Mijn ouders dachten dat het een top idee zou zijn dat ik wel nog zou gaan hockeyen. Dat zou goed voor me zijn, een frisse neus halen. Ik vond het ietwat fanatiek maar ik wist ook dat ik er niet onderuit zou kunnen komen. Dus daar ging ik. Met een steen in mijn maag en mijn hockeystick op mijn rug op weg naar de hockeyclub. Ik was keeper dus ik liep meteen door naar de kleedkamer om mijn keeperspak aan te trekken toen er een vriendin naar me toe kwam. Ze zag er bezorgd uit en had een beetje een vreemde blik in haar ogen. Ik wist genoeg, zij wist het ook.

“Isa, wat heb ik nou gehoord? Is het waar?”

Ik schaamde me kapot. Dit was zo vernederend want ik wist dat het niet uitmaakte wat ik zei, ze zou het verhaal toch wel geloven. Ik voelde dat ik rood werd en ik kon niet meer uitbrengen dan een stom gemompel waar je eigenlijk niks van kon maken. Ze wilde me nog iets vragen maar op dat moment werden we onderbroken door de trainer die ons de opdracht gaf om ons snel om te kleden en het veld op te gaan.

Perfecte timing. Ik liep snel door naar de kleedkamer, deed mijn pak aan en onherkenbaar verstopt achter mijn helm liep ik het veld op.

 

Voor een moment voelde ik me veilig alsof ik me nu voor het eerst kon verstoppen achter iets waardoor mensen mij niet zouden lastigvallen. Maar dat veilige gevoel duurde niet lang. Al snel stond er een groepje achter mijn goal dat dingen begon te roepen. Ik voelde me vernederd, machteloos, ik schaamde me kapot maar ik was ook onwijs verdrietig. Hoe konden mensen mij dit aandoen? Mensen die ik al zo lang kende en waarmee ik eerst altijd omging. Terwijl ik aanhoorde wat voor hoer ik was en hoe vies ik was en welke bijnamen ik gekregen had kon ik geen kant op. Ik was de keeper, ik moest in mijn goal staan en ik kon niet ontsnappen aan de kwetsende opmerkingen achter mij. Ze vonden het allemaal heel erg grappig, ze lachten om elkaars opmerkingen en ze probeerden allemaal de ‘beste’ opmerking te maken. Oftewel; wie kan Isa het meest kapot maken. Het was een wedstrijdje dat ze allemaal wilden winnen en waarvan de uitslag al duidelijk was; wat er ook gebeurde ik kon die wedstrijd nooit winnen. Alsof je tegen een veel te sterk team hockeyt en je weet dat wat je ook probeert je sowieso vanaf het begin af aan nooit kans maakte om te winnen.

 

Het was de ergste hockeytraining die ik ooit gehad heb.