1.9 We zijn maar figuranten in elkaars leven

“Isa, ik denk dat we hier naar links moeten.”

“Nee man, we moeten hier naar rechts en dan rechtdoor. Ofja, dat zegt mijn richtingsgevoel.”

“Oké, dan doen we dat. Ik weet vrijwel zeker dat jouw richtingsgevoel beter is dan de mijne aangezien ik de route niet eens kon volgen.”

We fietsten die kant op en na een tijdje begon de wijk weer te veranderen in een wat rustigere wijk met buiten spelende kinderen. We voelden ons weer op ons gemak en we vonden het toen vooral heel erg grappig dat we waren verdwaald. Het was ook echt iets voor ons, opzoeken hoe we moesten fietsen en het dan alsnog voor elkaar krijgen om volledig te verdwalen. Na ongeveer een kwartiertje kwamen we op de goede weg terecht, dezelfde weg als waar je met de auto altijd rijdt. We waren na minimaal een uur fietsen op dezelfde weg als waar we waren begonnen. Alleen dan een stukje verderop. Waar we een uur over gedaan hebben, hadden we ook in maximaal 10 minuutjes kunnen doen. We keken elkaar aan en we wisten precies van elkaar wat we dachten.

“Ach ja, we hebben in ieder geval onze workout weer gehad.”

Nadat we eindelijk in de stad aangekomen waren ploften we neer op een terrasje om te lunchen. Ik was de voorbijgangers aan het bestuderen en ik vond het fascinerend hoe iedereen langs elkaar liep en niks van elkaar wist. De mensen keken elkaar vaak niet eens aan en liepen gewoon langs elkaar. Iedereen heeft een eigen verhaal en je weet dat niet van elkaar, je ziet het niet aan elkaar. Ik vond het een gek idee. Ik zag de trams voorbijkomen en voetgangers half geschrokken opzij springen voor de fietsers die van alle kanten kwamen. Soms werd er even geschreeuwd naar elkaar of een opmerking gemaakt maar daarna ging ieder weer zijn eigen weg. Mensen met super gekleurde kleding, zwarte kleding, korte en lange broeken of rokken. Iedereen was anders. Ik vond het heerlijk om even mijn aandacht daarop te kunnen vestigen. Het idee om op diezelfde manier op te kunnen gaan in de menigte vond ik een prettig idee.

Ik dacht terug aan de tijd toen ik ook op die manier opging in de menigte op school. Aan alle mensen die gewoon langsliepen en mij niet leken op te merken. Alleen als het bekenden waren die langsliepen werd ik opgemerkt. Dan werd er gedag gezegd maar vervolgens kon ik weer verdwijnen in de menigte zonder enig probleem. Nu leek het alsof ik door iedereen gezien werd op school. Iedereen ‘wist’ mijn verhaal. Ik kon niet meer onopgemerkt blijven in de mensenmassa en ik verlangde terug naar die tijd toen dat wel nog een optie was. Die tijd leek al eeuwen geleden te zijn, het leek in een vorig leven te zijn. Ik kon me moeilijk voorstellen dat die tijd er geweest was, maar ik hoopte heel erg dat die tijd weer terug zou komen.

We bestelden onze broodjes en ik ging weer door met het bekijken van alle mensen toen Julia de stilte verbrak.

“Hee Ies, hoe gaat het nou met je?”

“Ja prima hoor.”

“Echt waar?”

Met moeite toverde ik een glimlach op mijn gezicht om te verbloemen hoe ik me echt voelde. Tegenwoordig was het vanzelfsprekend dat ik die moeite deed om niet te laten zien hoe ik me echt voelde maar tegenover Julia was het toch moeilijker. Die kende mij echt goed dus die zou het heel snel doorhebben als ik het niet genoeg zou verbloemen.

“Ja mop, anders zou ik het wel zeggen.”

Ze leek een moment te twijfelen of ik wel de waarheid sprak maar nam er toch genoegen mee. Ik vond het moeilijk dat ik zelfs haar niet kon vertellen hoe het echt met me ging maar ik wilde deze dag niet verpesten met al die shit. Ik wilde genieten en het over leuke dingen hebben.

“Hee Juul, hoe is het met de liefde?”
“Oh niet echt iets bijzonders hoor. En bij jou?”
“Nee ook niks eigenlijk.”

Ik moest een beetje lachen om het idee dat ik op dit moment iemand zou hebben die mij zou willen. Dat leek onmogelijk nu.

Onze broodjes waren gearriveerd en we waren heerlijk aan het eten. We waren er gewoon stil van. Na die hele fietstocht waren we echt toe aan eten. Na het eten gingen we nog even lekker shoppen en daarna fietsten we weer naar huis toe. Dit keer fietsten we gelukkig wel in een keer goed en waren we binnen een half uurtje thuis.

Toen ik in bed lag voelde ik een bepaalde rust. Ik kon nog wel leuke dingen doen en plezier hebben. Ik had bijna niet aan alle ellende gedacht de hele dag en ik was blij dat dat ook nog mogelijk was. Hoe kut het allemaal ook was, ik moest leuke dingen blijven doen met de mensen in mijn team. Nog nagenietend van het leuke dagje met Julia viel ik als een blok in slaap.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *