1.15 De kracht van de gemaakte glimlach

Eenmaal aangekomen in het dorp zag ik Lotte al staan. Ik haalde een keer diep adem en toverde een zo echt mogelijke lach op mijn gezicht. Ik probeerde niet meer te denken aan de berichtjes van eerder die dag.

“Hee lot!”
“Hee, hoe is het?”
“Ja goed hoor!”

Het was een leugen. Maar ik zag dat als een leugen om  bestwil. Zowel voor mij zodat ik het er niet over hoefde te hebben als voor Lotte die ik niet steeds lastig wilde vallen met alle ellende.

We liepen langs een winkel en daar zag ik hem staan. Een hele knappe jongen en meteen tikte ik Lotte aan.

“Lot! Je moet even onopvallend naar binnen kijken. Die jongen is echt knap.”
“Oh ja inderdaad! Vraag zijn nummer.”
“Haha je bent gek, ik ga echt zijn nummer niet vragen hoor.”
“Ja wel! Doe gewoon!”
“Nee, dat durf ik niet man.”
“Moet ik het voor je doen?”
“Hoe wil je dat doen dan?”
“Let maar op, geef je telefoon.”

Een moment twijfelde ik of dit wel een goed idee zou zijn. Ik keek haar aan en haar ogen glinsterden. Ik wist dat dit een slecht idee was maar toch stemde ik ermee in. Ze griste mijn telefoon uit mijn hand en liep naar binnen toe. Ik zag dat ze wat zei tegen hem en ze legde mijn telefoon op de grond neer vlakbij de deur. O god. Wat was ze aan het doen? Ik kreeg kriebels in mijn buik en ik begon zenuwachtig te giechelen. Lachend kwam ze naar buiten gerend, zonder mijn telefoon.

“Oh nee Lotte! Wat heb jij gedaan?!”

Ze kwam niet meer bij van het lachen en in mijn ooghoek zag ik dat die jongen naar mijn telefoon liep en er iets mee deed. Nog steeds lachend zei ze dat ze had geroepen dat hij even zijn nummer in die telefoon moest zetten en dat ik hem dan wel weer zou ophalen. Ik keek haar vol ongeloof aan.

“Nee. Dat kan je niet menen. Oh mijn god Lotte!”
“Ja wel, hij heeft jouw telefoon. Dus als je hem terug wilt hebben dan moet je nu naar binnen lopen. En als het goed is heb je dan zijn nummer.”

Tranen van het lachen rolden over haar wangen. En ik stond haar verbijsterd aan te kijken. Fuck. Ik moest mijn telefoon terug hebben maar ik durfde voor geen goud naar binnen te lopen.

“Lotte. Jij gaat NU naar binnen om mijn telefoon op te halen.”
“Nee dat mag je zelf doen.”

En voordat ze het wist had ik haar telefoon in mijn handen. Triomfantelijk zwaaide ik haar telefoon voor haar gezicht heen en weer.

“Als jij jouw telefoon terug wilt dan haal je eerst die van mij op.”

Met al haar kracht probeerde ze hem weer af te pakken maar ik was groter en sterker dan zij. Een aantal pogingen verder konden we allebei amper op onze benen staan van het lachen en had zij eindelijk door dat het haar niet zou lukken. Ik was oprecht de ellende van die dag even vergeten, ik voelde me even weer een normale tiener met normale ‘problemen’.

“Oké, ik loop wel weer naar binnen toe.”

Ik zag haar naar binnen lopen en nog even naar mij wijzen. Ik voelde dat ik rood werd en ik draaide me snel om. Zenuwen gierden door mijn lijf heen, dit keer wel ‘fijne’ zenuwen. Ander soort zenuwen dan die ik gevoeld had de afgelopen tijd. Ik had eindelijk het idee dat ik weer even echt kon ademhalen, dat het allemaal niet zo erg was als dat het die ochtend leek te zijn. Het lege gat had zich zelfs even opgevuld met een plezierig gevoel. Een normaal gevoel dat ik al heel lang niet meer gehad had. Ik kon voor een moment genieten en alle zorgen laten gaan.

Een paar tellen later stond ze weer buiten met mijn telefoon en een grote grijns op haar gezicht.

“Hij heeft zijn nummer erin gezet. Hij heet Tim.”