1.26 De kracht van openheid

“… Er zijn roddels over mij rond gegaan waardoor bijna iedereen anders over mij ging denken. Elke dag word ik uitgescholden voor kanker hoer. Het voelt alsof ik elke dag een wedstrijd aan het spelen ben en ik begin echt uitgeput te raken. Ik heb besloten om na mijn havo weg te verhuizen naar een andere stad voor een nieuw begin omdat ik anders niet kan winnen. De mensen die ik ooit vrienden noemde hebben hun rug naar mij gekeerd en ik word aangekeken alsof ik het laagste van het laagste ben. Ik kan nergens meer komen zonder dat mensen mij kennen van het verhaal. Elke dag sta ik met tegenzin op om naar school te gaan en moet ik me keer op keer voorbereiden op het ergste. Elke keer als ik denk dat het niet erger kan, komt er weer een situatie die nog erger is dan de vorige. Ik had een date met iemand waarvan ik dacht dat hij het verhaal niet wist, maar zelfs toen kwam hij erachter dat ik die kankerhoer ben van het verhaal. Hij wilde niks meer met mij te maken hebben net zoals bijna al mijn vrienden van vroeger. Het maakt me wanhopig, machteloos en ik weet niet meer hoe ik het moet volhouden. Elke dag is een strijd en word ik wakker met buikpijn. Ik weet niet wanneer het eindelijk stopt, wanneer ze eindelijk genoeg hebben van mij kapot maken. Ik wil zo ontzettend graag dat het stopt en dat ik mezelf weer kan opbouwen. Ik wil weer blij kunnen zijn.”

Het voelde goed om dit te kunnen delen maar tegelijkertijd werd ik overspoeld door emotie. Emoties die ik steeds maar wegstopte omdat dat het makkelijkste was. Het wegstoppen en het negeren waren mijn zelfverdedigingsmechanismes en op dit moment liet ik die even gaan. Ik keek naar de gezichten van deze mensen die ik pas net kende. Ik verwachtte dat deze gezichten zouden veranderen zoals alle andere gezichten veranderd waren na het horen van dit verhaal, maar dat moment kwam niet. Ik zag hoe ze mij verbijstert aan keken. Het was duidelijk afleesbaar in hun ogen dat ze aan het zoeken waren naar de juiste woorden, maar wat waren de juiste woorden in deze situatie? Het komt wel goed? Het maakt niet uit? Ik wist ook niet wat ik zou zeggen als ik hun was en uiteindelijk was Bente de eerste die iets zei.

“Jezus Ies, wat een kutzooi.”
“Dat kan je wel zeggen ja.”

Ik probeerde een glimlach op mijn gezicht te toveren om het iets luchtiger te maken. Het resultaat was dat ik daar als een hoopje ellende met een zielige glimlach mijn tranen probeerde te verdoezelen. De emoties kregen de overhand en een nieuwe lading verdriet en pijn drongen zich aan mij op. De tranen rolde alweer, of nog steeds, over mijn wangen en ik kon het wederom niet stoppen. De armen om mij heen voelde als een houvast, een zekerheid dat ik niet helemaal in zou storten. Het was verdomd lang geleden dat ik me op deze manier durfde te laten zien aan anderen en ik wist dat het goed was voor mij.

“Wij zijn er sowieso altijd voor jou!”

Ik keek Lars aan toen hij dat zei en ik wist niet hoe ik moest zeggen hoe dankbaar ik was. Ik werd overrompeld door het gevoel van opluchting. Ik kon niks uitbrengen doordat de volgende lading van emotie de overhand kreeg. Huilen voelde nog nooit zo als een opluchting als op dat moment. Mijn veilige bubbel was uitgebreid met deze mensen, zij stonden aan mijn kant. Toen ik mezelf weer bij elkaar geraapt had en ik kon stoppen met huilen gaf ik ze een knuffel.

“Jullie hebben geen idee wat jullie nu voor mij gedaan hebben. Ik ben zo blij dat ik dit kon vertellen en dat jullie zo reageerde. Het was precies wat ik op dit moment nodig had.”
“Jij verdient dat Ies! Je bent zo’n lief leuk meisje en niemand verdient het om op die manier behandeld te worden maar jij zeker niet!”
“Echt heel erg bedankt! Maar nu lust ik nog wel een glaasje wodka.”

Bente moest lachen, Lars pakte meteen de wodka en verassend genoeg pakte Emma meteen de cola. Emma had geen woord gezegd tijdens mijn verhaal maar ik zag aan haar dat ze dit niet verwacht had. Ik wist dat ze zichzelf niet echt een houding wist te geven omdat zij mij echt pas net kende maar dat was prima.

Met een groot gebaar overhandigde Bente mij het net ingeschonken glas. De wodka brandde een beetje in mijn keel bij elke slok die ik nam. Toen mijn glas leeg was realiseerde ik me dat het de hoogste tijd was om weer terug naar mijn kamer te gaan. Ik nam afscheid en Lars bood aan om mee te lopen.

“Ik wilde nog even zeggen dat ik het echt heel kut vind voor je en dat ik jou echt een leuk meisje vindt.”