2.1 De kunst van de onzichtbaarheid

Ik schrok wakker van het harde geluid van mijn wekker. De hele nacht had ik liggen woelen in mijn bed. Het leek maar tien minuten geleden te zijn dat ik in slaap was gevallen. Maar ik moest eraan geloven, de eerste schooldag was weer een feit. Met moeite stond ik op uit mijn bed. Wat is dat toch, dat mijn bed in de ochtend altijd lekkerder lijkt te liggen dan in de avond. Ik bekeek mezelf even in de spiegel, deed wat make-up op en kleedde me aan. Nadat ik snel wat gegeten had stapte ik op mijn fiets.

Tot mijn verbazing had ik wind mee, dat kwam bijna nooit voor. Ik hoopte dat dit een teken was, dat het me eindelijk voor de wind zou gaan aankomend jaar. Dat het echt het einde was van de ergste ellende. Dat ik weer eventjes een normale scholier kon zijn. Ik kwam steeds dichterbij school en ik merkte dat de bekende zenuwen hun plek weer innamen. Ik haalde een paar keer diep adem voordat ik mijn fiets in het fietsenrek zette en naar binnen liep.

Al het oogcontact met iedereen om mij heen probeerde ik te vermijden. Dat was mijn strategie om onopgemerkt naar de klassenlijst toe te lopen. Ik probeerde er zo voor te zorgen dat ik geen reacties uitlokte bij bepaalde mensen en mijn dag niet meteen verpest zou worden.

“We zitten bij elkaar in de klas!”

Voordat ik bij de klassenlijst aangekomen was, huppelde Lotte al met een brede grijns naar mij toe. Er leek een last van mijn schouders af te vallen toen ze dat zei. Ik had haar in ieder geval weer in mijn team zitten dit jaar.

“Thank god, daar ben ik echt blij mee!”

We zochten op in welk lokaal we moesten zijn en we kwamen daar als een van de eerste aan. We gingen ergens achteraan in de klas zitten en waren ongeduldig aan het wachten totdat de rest binnen zou komen. Ik had verder niet meer gekeken wie er nog meer in onze klas zaten. Een voor een druppelde de mensen binnen en tot mijn grote opluchting was de klas compleet en zat ik niet bij de mensen die ik het meest vreesde van allemaal. Er zaten wel een aantal mensen in de klas waar ik niet blij mee was, maar dat kon ook niet anders.

“Hee maar Ies, wij gaan samen naar dat hockeyfeest toe toch?”
“Ja goed plan!”
“Kan jij dan die kaartjes gaan halen?”
“Ja volgens mij is er vandaag een kaartverkoop, dan fiets ik daar vanavond wel alvast heen.”
“Top!”

Het hockeyseizoen was ook weer begonnen en dat betekende dat het tijd was voor een mooi feestje. Ik twijfelde ergens nog wel of het een goed idee was, maar als ik samen met Lotte zou gaan dan werd het vast wel een leuke avond. Zij beschermde mij en nam het voor mij op en dat gaf mij voldoende vertrouwen dat ik erheen kon gaan.

Ondertussen keek ik om de paar minuten op de klok. De tijd tikte langzaam weg en de pauze zou bijna beginnen. Het klaslokaal voelde nu aan als een veilige bubbel. Een bubbel waar ik niet opgemerkt werd en nog niet in was uitgescholden. De kantine leek op dit moment een plek waar ik als voer voor de leeuwen gegooid zou worden. Ik zuchtte en keek nog een keer op de klok. De tijd leek enerzijds tergend langzaam te gaan, maar anderzijds tikte de tijd naar mijn idee alsnog te snel weg. Ik voelde dat ik steeds misselijker werd. De zenuwen gierde weer door mijn lijf. Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel en mijn mond was onaangenaam droog.

Toen ging de onvermijdelijke bel, het teken dat ik de strijd aan moest gaan. We stonden op van onze plek en liepen door de gang heen naar de kantine. Ik probeerde mijn zenuwen te verbergen voor Lotte. Maar bij elke stap richting de kantine werd de behoefte om te vluchten steeds groter. Eenmaal aangekomen in de kantine bereidde ik me voor op het ergste, maar het kwam niet. Verbaasd keek ik om me heen. Ik zag mensen druk met elkaar praten. Ergens ving ik wat gesprekken op die over de vakantie gingen. Iedereen was te druk in gesprek om mij op te merken.

Mijn hart maakte een sprongetje, de hoop dat dit jaar beter zou worden was nog niet weg. Het was nog een mogelijkheid dat de ergste ellende eindelijk voorbij was.