2.5 De deur naar mijn nieuwe leven

De flitsen van de lantarenpalen langs de weilanden maakten nu plaats voor de bewoonde wereld. Ik was zo weggezonken in gedachten geweest dat ik niet eens doorhad dat we ondertussen al ruim een uur in de auto zaten. De bewoonde wereld die ik nu zag was mijn nieuwe wereld. Dit was mijn nieuwe stad. Ongeduldig wiebelde ik heen en weer op mijn stoel. Nu ik wist dat we er bijna waren was mijn geduld ineens helemaal op.

Niet veel later stopte we en keek ik omhoog naar het huis voor mij. Het trappetjes dak, de schattige luikjes voor de ramen en de oude stenen. Dit werd mijn nieuwe thuis. Ik maakte de deur open met mijn nieuwe huissleutel en ik liep de trap op. De trap was heel erg stijl en aangezien ik allesbehalve handig ben, zou dit zomaar een redelijk obstakel kunnen zijn na het stappen.

Maar ach, ook dat zou dan wel weer goed komen. Ik moest nog een trap op om bij mijn kamer te komen.

Mijn kamer bestond eigenlijk uit twee kamers, een woonkamer en dan apart een slaapkamer. De vloer kraakte toen ik de woonkamer in liep. Het was nog bijna helemaal leeg. Het enige wat er stond was een witte bank die de vorige bewoner achter gelaten had. Het was een gek idee dat hier een paar uur later al mijn spullen zouden staan en ik hier zou gaan wonen. Ik had zo lang naar dit moment toegeleefd dat het bijna onwerkelijk was om daar nu ook echt te zijn. Dat de nieuwe start niet enkel en alleen meer een droom was.

“Isa, kom je ook even helpen met de spullen uitladen?”

Ik hoorde mijn vader onderaan de trap roepen en mijn broertjes mopperde dat ze geen zin hadden om al die spullen de trap op te sjouwen. Het voelde alsof ik mezelf zwevend voortbewoog. Onderweg naar beneden kwam ik mijn broertjes al tegen met spullen en wees ik hen de weg naar mijn kamer waar ze de spullen neer konden zetten.

Er stonden al een aantal tassen en dozen op de stoep en willekeurig pakte ik er een paar op en bracht deze naar boven. Het duurde wel even voordat alles boven was. Door de felle zon zag ik de zweetdruppeltjes bij iedereen op het voorhoofd staan. De laatste dingen werden nog in elkaar gezet en toen alles af was plofte we neer op de bank.

“Zo, is het naar wens schat?”
“Ja zeker mammie, het is perfect.”

Gelukzalig keek ik om me heen. De blijdschap op dat moment is niet in woorden uit te drukken. We besloten om nog even een hapje te eten voordat mijn ouders en broertjes weer naar huis zouden gaan. Stiekem wilde ik helemaal niet mee, wilde ik in mijn nieuwe paleisje blijven.

Met zijn vijven liepen we rustig naar de grote markt toe. Onderweg bestudeerde ik de mensen die langs liepen. De gezichten van totaal vreemde mensen in een vreemde stad. Ik voelde me bevrijd van alle veranderde gezichten, van alle haatdragende opmerkingen van de afgelopen 3 jaar. Het nieuwe hoofdstuk was begonnen en ik kon mezelf eindelijk beetje bij beetje weer gaan opbouwen. 

We zochten een restaurantje uit en lieten ons in de stoelen op het terras vallen. Iedereen was redelijk uitgeput van de verhuizing en toe aan een drankje. De ober nam onze bestelling op en niet veel later kwam hij met een dienblad vol weer naar buiten. Ik genoot intens van het eerste slokje van mijn ijskoude biertje. Nadat we lekker een hamburgertje hadden gegeten was het tijd om naar huis te gaan. Ik naar mijn nieuwe huis, zij naar mijn oude huis. We namen afscheid en ik opende de deur van mijn paleisje.

Het was alsof ik letterlijk een nieuwe deur opende in mijn leven.